Een erge mooie auto

Over het algemeen kent het Nederlands geen flectie op bijwoorden. Er zijn wat versteende overblijfsels uit een tijd dat die wel bestond (zoals gaarne), maar die voelen (voor mij althans) duidelijk archaïsch aan. Toch is er één vrij bekende uitzondering: het intensiverende bijwoord ‘heel’. Dat komt zowel in onverbogen als verbogen vorm voor:

  1. Dit is een heel/hele mooie auto.
  2. Ik vond dat een heel/hele goede.

Deze variatie is niet alleen vrij bekend maar lijkt bovendien al een tijd te bestaan. Het WNT zegt immers al in 1901 dat “Het spraakgebruik wil, dat heel voor een attributief gebezigd bnw. in verbogen vorm óók den buigingsvorm aanneemt.” Maar hoe zit het met andere bijwoorden? Daarover verschillen de meningen nogal. Doorgaan met het lezen van “Een erge mooie auto”