Een publiekssamenvatting voor het publiek

Ik heb een sterke mening over wetenschapscommunicatie. In mijn huishouden ben ik daarmee niet eens de enige: ook mijn kersverse vrouw heeft hier sterke ideeën over. Ter voorbeeld van hoe sterk we hier over voelen: een van onze Beroemdste Ruzies ging over de Nationale Wetenschapsagenda (waar we allebei in de huidige vorm weinig aan vinden). Anne-Floor promoveerde afgelopen november aan de VU namelijk op een proefschrift over patiëntenparticipatie. Nu is ze over het algemeen nogal slim, maar ze deed rond haar promotie één extra slim iets: ze gaf haar publiekssamenvatting los uit als publieksboekje. Ik vond dat een schitterend voorbeeld van goede wetenschapscommunicatie.

Doorgaan met het lezen van “Een publiekssamenvatting voor het publiek”

Taaladvies over als/dan wordt steeds strenger

Ik schreef een tijd terug al eens over de onderdrukking van variatie, wat gezien wordt als een van de theoretische fundamenten onder prescriptivisme. Ik schreef in dat stuk de volgende zin:

Taaladvies over als/dan lijkt dus strenger te worden

Heel veel meer vertelde ik niet over mijn onderzoek naar als en dan in 20e-eeuws taaladvies. Inmiddels is er echter een paper van mijn hand verschenen in Linguistics in the Netherlands 2018 (eds. Bert Le Bruyn en Janine Berns). Om jullie mee te laten genieten van state of the art-onderzoek hier een kort overzicht van een deel van dit onderzoek. De conclusie blijft staan: taaladvies over als en dan lijkt in gedrukte bronnen strenger te worden.

Doorgaan met het lezen van “Taaladvies over als/dan wordt steeds strenger”

Ik ben gek op de wetenschap, en daarom demonstreer ik vandaag

Vorig jaar evalueerde ik mijn eerste jaar als promovendus. Ik zat precies op mijn plek, zo concludeerde ik. En what’s not to like? Ik heb inspirerende studenten, ik vind onderwijs leuk, ik vind mijn onderzoek nog veel leuker. Ik ontmoet gelijkgestemden, met wie ik samenwerk aan heerlijke projecten. Er zijn mensen die gepassioneerd werken aan het steeds beter begrijpen van Hoe De Dingen Werken.

Doorgaan met het lezen van “Ik ben gek op de wetenschap, en daarom demonstreer ik vandaag”

Wat ik bewonder aan Chomsky

Noam Chomsky, waarschijnlijk de beroemdste taalkundige ter wereld, wordt vandaag 90. Aan verschillende taalkundigen is blijkbaar gevraagd om te vertellen waarom ze hem bewonderen. Ik was hier niet voor gevraagd, maar toch ben ik bereid om me hierover uit te spreken. Wat je verder inhoudelijk ook van zijn ideeën vindt, Chomsky is op meerdere manieren een ontzettend inspirerend mens en wetenschapper.

Doorgaan met het lezen van “Wat ik bewonder aan Chomsky”

Help jezelf met mazzel hebben

Op Twitter werd mijn aandacht gevestigd op dit stuk van Ben Tiggelaar. Hij beschrijft hierin een nieuw artikel, waarin onderzoekers laten zien dat succes in je carrière voor een heel groot deel van toeval afhangt. Belangrijk is ook, zegt Tiggelaar, om te erkennen dat je geluk hebt gehad, en dat je succes niet alleen van talent en hard werken afhangt. Ik zal de eerste zijn om dit toe te geven. Ik heb niet alleen op bepaalde momenten in mijn leven een prettig duwtje in de rug gehad, ik was ook een aantal keer precies op de juiste tijd op de juiste plaats. Maar Tiggelaar laat één essentieel punt onbesproken: je kunt mazzel niet afdwingen, maar je kunt wel de mogelijkheid van mazzel vergroten.

Doorgaan met het lezen van “Help jezelf met mazzel hebben”

Zonder bloggen was ik geen promovendus geworden

Laatst was er wat aandacht voor bloggende wetenschappers. Naar aanleiding van een opiniestuk van Maarten Keulemans schreef ik een reactie, reageerde Jona Lendering en schreef ook Marc van Oostendorp een opinie. We waren het over sommige dingen oneens, maar over één ding waren we het volgens mij eens: bloggen over wetenschap is belangrijk en fijn. Voor mij zit hier nog wel een persoonlijke dimensie aan: als ik niet had geblogd, was ik misschien wel geen promovendus geworden. Bovendien heb ik nog wel meer te danken aan bloggen: minstens twee boeken, een groot netwerk, en een bepaalde schrijfvaardigheid. Daarom deze ode aan bloggen, vanuit persoonlijk-historisch perspectief.

Doorgaan met het lezen van “Zonder bloggen was ik geen promovendus geworden”

Waarom is er geen Nederlands 2?

Er is ophef over de studie Nederlands. Iedereen bij de opleidingen wist het al, maar nu weten ook alle mensen daarbuiten het: het aantal studenten loopt al jaren terug. Het wordt algemeen als zorgwekkend ervaren, en er worden zelfs Kamervragen over gesteld. Hoe is de daling te verklaren? Volgens mij is het vrij simpel: heel veel potentiële studenten zijn naar studies als Communicatie- en Informatiewetenschappen gegaan (die studie loopt als een trein, in Nijmegen alleen al honderden studenten). Anderen wijzen ook naar het schoolvak Nederland. Daar is al langer kritiek op. In die kritiek mis ik echter één punt: waarom is er geen verdiepend vak Nederlands?

Doorgaan met het lezen van “Waarom is er geen Nederlands 2?”

Nu in de winkel: Het Groot Nederlands Vloekboek!

Beste reizigers, het is tijd voor wat schaamteloze zelfpromotie. Ik heb namelijk niet één maar twee nieuwe boeken geschreven: Het Groot Nederlands Vloekboek en Het Groot Vlaams Vloekboek! Ze liggen vanaf vandaag in de winkel en zijn ook op internet tevloekboek voorkant bestellen. Voor wie nog niet overtuigd is op basis van voorkant of titel volgt hieronder een kort reclamepraatje.

Hoe het ging

In het najaar van 2017 kreeg ik een bericht van mijn zeer gewaardeerde megacollega Fieke van der Gucht, met wie ik eerder aan Staat van het Nederlands werkte. Wat ik van vloeken vond. Nou, toevallig houdt deze Haagse jongen ENORM van vloeken. Zeker sinds zijn moeder in de jaren ’90 een serie over verwensingen uit de Volkskrant voor hem uitknipte (een serie die later als Krijg de vinkentering werd uitgegeven). En dus toog ik naar Antwerpen, om met de Bedenkers te praten, én met Lannoo, de geïnteresseerde uitgever. De bedenkers bleken twee jonge kerels, Robbe en Willem, die respectievelijk het ontwerp en de illustraties maakten. En die mogen er zijn, kijk maar (de kerels ook, maar ik bedoel de visuals):

41539525_2054865204532655_7961696557244350464_o

Leuk en leerzaam

Het uitgangspunt was visueel, en dat is terug te zien in het formaat van het boek: het is een kloeke hardcover van koffietafelformaat. Aan mij en Fieke was de schone taak om het visuele plezier van wat taalkundige bagage te voorzien. Nou, die is er gekomen, daar kan niemand omheen. Over de kwaliteit zal men vast kunnen twisten, maar ik ben er enorm blij mee. Nog nooit heb ik in een boek zó ongegeneerd flauwe en vieze grappen mogen maken, nog nooit heb ik me zo wanstaltig kunnen misdragen wat betreft bizarre metaforen en malle voorbeelden. Heer-lijk.

Maar ik heb ook enorm veel geleerd. Wat een grawlix is. Wat een scheefpoeper is, en een scheve lavabo. Over de etymologie van hufter en pleur op, over de vreemde betekenisverandering die kut heeft ondergaan. Over het gebruik van randdebiel in de jaren 1960 (dat Zal Je Verbazen!). Over scheldnamen en copropraxia. En ga zo maar door. Als er verder niemand blij mee is, dan is dat jammer, maar ik heb er in ieder geval alvast hard om moeten lachen, veel van geleerd en genoten.

Kopen!

Overtuigd? Dan naar de winkel! Koop vooral de Nederlandse én de Vlaamse versie: de boeken overlappen slechts voor 50%, en zelfs in die overlap is nog variatie te vinden! Meer weetjes, meer lachen, en vooral: meer tekeningen! Want echt, je kunt het kopen omdat er leuke dingen instaan over taal, maar je MOET het kopen vanwege de tekeningen.

Aandacht aan besteden her of der? Zie hier het Officiële Persbericht. Mijn mede-auteur en ik zijn beschikbaar voor media-optredens. Als je mij boekt hoor je bijvoorbeeld een enorm enthousiaste en trotse schrijver, die waanzinnig blij is met de geweldige samenwerking. Het is een beetje een sigaar in je eigen doos steken, maar ik vind het twee fantastische boeken.

Publiceren als promovendus: alleen of met anderen, boek of artikelen?

Vroegah was het gebruikelijk dat je proefschrift een boek was, met een kop en een staart, in één keer in zijn geheel uitgegeven. Tegenwoordig is dit in veel vakgebieden anders. Daar bestaat een proefschrift uit een aantal artikelen, waar je een algemene introductie en conclusie bij schrijft. In mijn hoek van de wetenschap komen beide vormen voor. Er zijn zeker nog mensen die promoveren op een boek, waarvan delen misschien in een of andere vorm wel in de buitenwereld worden gebracht (voor of na verschijning van het boek), maar deze manier neemt in mijn ervaring wel af. Ik kan in ieder geval nog kiezen, en dat betekent dat ik moet hierover nadenken. Bovendien is er een andere dimensie: moet ik juist alleen of met anderen publiceren?

Doorgaan met het lezen van “Publiceren als promovendus: alleen of met anderen, boek of artikelen?”

Publicaties die elkaar inhalen

Vorig jaar juni presenteerde ik de eerste resultaten van mijn onderzoek. Sindsdien heb ik een aantal presentaties gegeven, en zijn verschillende papers in uiteenlopende fasen van publicatie. Daarbij loop ik tegen een curieus probleem aan: ik moet refereren aan dingen die al wel bestaan, maar die niemand nog kan zien. Dit levert een vreemd circulair probleem op: het paper dat ik als eerste schreef verschijnt waarschijnlijk als laatste. Mijn publicaties halen elkaar dus in. Publiceer ik te veel?!

Gebruikelijk

Op zich is dit natuurlijk helemaal niet nieuw. Het is in de wetenschap algemeen bekend dat de raderen vaak traag draaien. Het kan soms jaren duren voordat het hele proces van acceptatie, review en publicatie doorlopen is. Gedurende dat proces is het vaak al wel gunstig voor een wetenschapper om deze publicaties te noemen, bijvoorbeeld als je een beursaanvraag doet. Soms mag je daar overigens alleen gepubliceerde publicaties noemen. Dat vind ik heel raar: publicaties lopen vaak twee jaar achter, zeker bij invloedrijke journals. Je hebt dus niks aan je meest recente of meest impactvolle werk, terwijl dat juist ook weer belangrijk is. Lekker dan.

Enfin, dat is een ander verhaal. Ik vind het wel boeiend om te zien hoe die nog-niet-verschenen publicaties worden genoemd. Ik ben verschillende termen tegengekomen: in press, accepted, forthcoming, submitted en to appear. Die eerste is het beste: alles is gedaan, je weet ongeveer wanneer de boel verschijnt. Van de andere labels zijn accepted en submitted vrij duidelijk: er is een journal, en het paper is in de molen gegooid. Die andere twee labels, forthcoming en to appear, zijn vager, en geven een onduidelijk status aan. Bovendien zijn gebruikers het niet eens over wat ze precies betekenen. Je kunt het zelfs gebruiken voor een paper waar nog geen woord van is geschreven, maar waar je wel een idee over hebt. Maar dat doe ik liever niet, die lijst is eindeloos.

Raderen

Waar ik nog geen ervaring mee had is dat de raderen op verschillende snelheden draaien. Het duurt bijvoorbeeld erg lang voordat proceedings van een conferentie die in een zogenaamd ‘special issue’ (een aflevering van een tijdschrift die speciaal is gewijd aan één onderwerp) verschijnen. Om een indruk te krijgen: de conferentie was in juni 2017, in februari stuurde ik mijn paper in, en ik kreeg een week geleden de reviews. Wanneer de boel verschijnt is nog volstrekt onduidelijk.

Tussendoor presenteerde ik echter in januari een casus op de Grote Taaldag. Het journal dat naar aanleiding daarvan wordt gemaakt heeft een zéér korte doorlooptijd: ik stuurde 1 april mijn paper in, kreeg begin mei de reviews, verwerkte die voor 1 juni, en kreeg kort daarna te horen dat mijn paper definitief geaccepteerd was. Ik verwacht de drukproeven ieder moment: de bundel verschijnt sowieso vóór februari 2019. Inmiddels is er zelfs nóg een paper dat in een niet gepeerreviewde (peergereviewde? brr) bundel verschijnt, maar waar wel weer nieuwe dingen in staan. Die komt, volgens de editor, “eind dit jaar” uit. Nóg weer eerder dus. Het wordt een wirwar van referenties. En dan presenteer ik morgen ook nog eens een paper op een conferentie in Boedapest. Ik raak totaal in de knoop.

Dan maar zelf

Om dit probleem te ondervangen ben ik nu een post aan het schrijven waarin ik in ieder geval mijn annotatieschema uit de doeken doe. Dat is een vrij omvangrijk stuk, en daarom wil ik het eigenlijk niet in ieder paper herhalen. Maar toen ik dat voor een van de papers niet deed, kreeg ik deze (terechte) opmerking van een reviewer: “hoe kan ik zien hoe je annoteert als je paper waarin dat staat nog niet uit is?” Door in ieder geval dit schema te publiceren kan ik daarnaar verwijzen. Het is dan wel niet peer-reviewed, het is in ieder geval een ijkpunt, én ik kan verwijzen naar Van der Meulen (2018).

Daarnaast biedt het publiceren van dit schema natuurlijk een mooi kijkje in de keuken. Open Kitchen Science noemt Rosanne Hertzberger dat. Eigenlijk is dat al langer wat ik hier doe: niet alleen schrijven over observaties en resultaten, maar ook over methodologie. En over het wetenschappelijk proces, daar kan ook altijd nog meer aandacht voor komen vind ik.

Kortom: ik hoop snel (morgen) een stukje van mijn onderzoek te publiceren. Let wel: dit gaat in het Engels gebeuren. Waarom dat is, daarover kunnen jullie hier lezen. Korte antwoord: de taal van de wetenschap is Engels, mijn doelgroep hiermee is (ook) wetenschappers, dus Engels. Ik ga uit van jullie begrip. Tot morgen!