Publiceren als promovendus: alleen of met anderen, boek of artikelen?

Vroegah was het gebruikelijk dat je proefschrift een boek was, met een kop en een staart, in één keer in zijn geheel uitgegeven. Tegenwoordig is dit in veel vakgebieden anders. Daar bestaat een proefschrift uit een aantal artikelen, waar je een algemene introductie en conclusie bij schrijft. In mijn hoek van de wetenschap komen beide vormen voor. Er zijn zeker nog mensen die promoveren op een boek, waarvan delen misschien in een of andere vorm wel in de buitenwereld worden gebracht (voor of na verschijning van het boek), maar deze manier neemt in mijn ervaring wel af. Ik kan in ieder geval nog kiezen, en dat betekent dat ik moet hierover nadenken. Bovendien is er een andere dimensie: moet ik juist alleen of met anderen publiceren?

Artikelen

Om maar meteen mijn standpunt duidelijk te maken: volgens mij heeft het publiceren van artikelen een aantal voordelen. De eerste heeft met naamsbekendheid te maken. Door te publiceren leren mensen je kennen. Mensen lezen een artikel eerder dan een proefschrift. Je doet ook (om het oneerbiedig te zeggen) je plasje over een onderwerp. Dat klinkt puberaal, maar het is best belangrijk. Stel dat ik al vier jaar bezig ben met een onderwerp, maar iemand komt er tussendoor met iets heel vergelijkbaars. Daar sta je dan. Maar als jij er al over geschreven hebt, dan krijg je op z’n slechts een referentie, en op z’n best een samenwerking.

Een tweede voordeel is dat je door artikelen te publiceren ook meer feedback krijgt, door peer review. Ik heb daar bijvoorbeeld al veel aan gehad. Niet alleen maak ik nu betere grafieken, maar ik heb ook uitleg toegevoegd waar dat nodig was, ik heb theoretische begrippen toegelicht, en ik heb methodologische dingetjes verfijnd. Om nog maar te zwijgen van alle nieuwe literatuur waar mensen me op hebben gewezen. Overigens is het ook goed voor de wetenschap: bij gepeerreviewde (brr) artikelen is er meer kwaliteitscontrole dan bij een eenmalig boekje.

Een derde voordeel is misschien meer een noodzaak. Als je na een promotie een beursaanvraag wil doen, moet je eigenlijk ook publicaties hebben. Alleen een proefschrift is te weinig, hoe stom dat ook is (want het kan ontzettend goed zijn). Maar naast een proefschrift óók publiceren is ontzettend veel werk. Te veel werk. Het is veel handiger om dan simpelweg delen van je proefschrift alvast naar buiten te brengen.

Afleiding

Een meer procesmatig voordeel dat ik ervaar is dat het heel erg fijn is om afgeronde projecten te presenteren. Dit deelt het lange promotietraject op in meer behapbare delen. Ik vind het ook fijn om een groter project te hebben, een kapstok om dingen aan op te hangen, maar ik denk dat ik gek zou worden als ik vijf jaar lang aan één abstract project zou werken. En ik loop weinig aan tegen de Vloek der Promovendi: writer’s block, omdat ik telkens strakke deadlines heb.

Dit laatste voordeel heeft ook, om de Profeet te parafraseren, nadelen. Je kunt verzuipen in kleine projecten. Ik heb daar al wel last van eerlijk gezegd. Als je allemaal kleine diamantjes probeert te slijpen kun je de grotere diadeem uit het oog verliezen. Ook feedback is leuk, maar zo’n reviewproces slokt veel tijd op. Aan de andere kant word je wel weer gedwongen om over je eigen werk na te denken. Het kost veel tijd, maar het levert kwaliteit op.

Samen of alleen

Bij het publiceren van artikelen komt nog een ander aspect om de hoek kijken: moet je in je eentje publiceren of met anderen? Ook hier speelt conventie een rol. In mijn vakgebied is het nog steeds vrij gebruikelijk dat je in je eentje publiceert; in andere vakgebieden (medicijnen, technologie) is dit eigenlijk ongehoord. Een van de belangrijkste redenen hiervoor schijnt het delen van credits te zijn. Supervisoren steken tenslotte ook wat tijd in de publicaties, dan mogen ze ook delen in de eer. Overigens worden zij ook afgerekend op hoeveel ze publiceren. Door met promovendi te schrijven krikken ze hun eigen gemiddelde op. Belangrijker nog is dat samen publiceren een transparante manier van publiceren is. Zelfs als er namelijk maar één auteur is, dan is de kans klein dat deze niet in meer of mindere mate input of feedback van collega’s heeft gekregen.

Samen met anderen publiceren heeft voor een promovendus zeker nog twee andere potentiële voordelen. Ten eerste kan een artikel meer worden gelezen als de naam van je promotor er ook opstaat. Die is (in principe) een stuk bekender dan jij. Zo introduceert een promotor dus zijn of haar promovendus in de academische wereld. Het tweede belang kan (opnieuw) de beursaanvraag zijn. Vooral NWO is erg geïnteresseerd in vooral internationale samenwerkingen. Zulke samenwerking kan natuurlijk allerlei vormen aannemen (ik converseer bijvoorbeeld per mail af en toe met mensen uit de VS en Australië), maar met gedeelde publicaties is de samenwerking blijkbaar het duidelijkst.

Toch kan het publiceren met anderen een nadeel met zich meebrengen. Het kan voor buitenstaanders namelijk onduidelijk zijn hoeveel jij hebt bijgedragen. Een collega van me merkte dit onlangs, toen ze solliciteerde. Ze noemde daar als publicaties de artikelen die samen haar proefschrift vormden. Iemand uit de sollicitatiecommissie trok echter haar bijdrage daaraan in twijfel: ze was immers telkens slechts een auteur van velen. Ik heb dit ook eerder gehoord, over de stukjes die Sterre en ik voor Milfje schreven: hoe kon je dit aanhalen als publicatie, het was toch niet duidelijk wie wat had gedaan? Hoe wijdverspreid dit probleem is weet ik niet, maar dat het überhaupt bestaat is al problematisch, en onoverkomelijk lijkt me. Zou iedereen precies moeten zeggen welk deel hij/zij geschreven heeft?

Artikelen, wellicht samen

Mijn conclusie is duidelijk: ik promoveer op artikelen, die al dan niet enigszins omgeschreven verschijnen in mijn proefschrift. Sommige van die artikelen schrijf ik alleen, maar ik ga samenwerkingen zeker niet uit de weg. Ik ga echter niet alleen maar internationale samenwerking zoeken omdat NWO dat zo graag wil. Het moet wel inhoudelijk functioneel zijn. We hebben al genoeg eisen aan onze broek hangen.

* dank aan Jos Swanenberg en Lysbeth Jongbloed, met wie ik onlangs sprak over deze onderwerpen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s