Prescriptivisme ouder dan de weg naar Rome

Mijn onderzoek gaat over taaladvies in de 20e en 21e eeuw gericht op Nederland. Er zijn in de periode 1900-2018, afhankelijk van hoe je telt, tussen de 100 en 150 verschillende werken verschenen (zie hier voor een overzicht), en dan heb ik het nog niet eens over herdrukken etc. Is het Nederlands daarmee uniek? Nee, zeker niet. Taaladvies bestaat ook voor andere talen: de Engelse traditie kent tientallen titels, maar ook in het Russisch bijvoorbeeld bestaan prescriptivistische publicaties. Afhankelijk van hoe je prescriptivisme definieert (waarover een andere keer meer) lijkt de Engelse traditie het oudst: Robert Baker’s Reflections on the English language verscheen al in 1770. Maar laat je hier niet door foppen: het doen van normatieve uitspraken over taal is véél ouder. Recentelijk kwam ik een voorbeeld tegen uit het Egyptisch (!), en dat herinnerde me aan een voorbeeld uit het Latijn. Beide voorbeelden zijn grappig, maar ze zijn ook interessant, omdat ze laten zien hoe nuttig het kan zijn om normatieve commentaren te bestuderen.

Hiërogliefen

Ik kwam onlangs op LanguageLog (het beste, diepgaandste én oppervlakkigste taalblog dat er bestaat) een post tegen over prescriptivisme bij de oude Egyptenaren. Het zit als volgt. In heel veel talen is het bepaalde lidwoord (NL de, Eng the) afgeleid van het aanwijzend voornaamwoord (NL die, Eng that). Dit is een hele normale en veelvoorkomende taalontwikkeling (zie De Mulder & Carlier 2010 voor meer uitleg). Blijkbaar vond deze ook plaats in het Egyptisch: hier veranderde het woord p3 (zie hier voor wat dát dan weer betekent) van een aanwijzend voornaamwoord in een algemener te gebruiken bepaald lidwoord, aldus James P. Allen, schrijver van Middle Egyptian: an introduction to the language and culture of hieroglyphs (2000).  Maar dan geeft Allen het volgende citaat:

At one time this usage was apparently considered a mark of lower-class or “street” language: in his autobiography, one early Middle Kingdom official claims “I am one who talks according to the style of officials, whose speech is free of p3‘s”.

Geweldig. Niet alleen schijnt dit een van de weinige uitspraken óver taal te zijn die we kennen uit het Egyptisch, maar het is ook meteen lekker voorschrijvend. En het geeft een sociale beschrijving! Dit voorbeeld werd niet primair bestudeerd vanwege het prescriptivistische element, maar het laat wel opnieuw goed zien hoe interessant zulke uitspraken kunnen zijn voor taalwetenschappers.

Latijn

Ietwat bekender, tenminste in mijn kringen, zijn normatieve taaluitspraken in het Latijn. Liesbeth Koenen wees me onlangs op een uitspraak bij Tacitus, een ander leuk geval haalde Muriel Norde aan in haar oratie:

Sed omnes tum fere […] recte loquebantur. Sed hanc certe rem deteriorem vetustas fecit.

Aldus schreef Cicero in zijn Brutus in 46 voor Christus. Vrij vertaald staat er: “Vroeger sprak vrijwel iedereen correct. Maar met het verstrijken van de tijd is een zekere verloedering ingetreden.” Ik schreef het al eerder: denken dat er sprake is van taalverloedering is van alle tijden. Mensen die denken dat de jeugd nú de taal verloedert kunnen rustig slapen: ook hun taal is hartstikke verloederd.

Nog veel leuker is de Appendix Probi. Dat is een lijst (mogelijk geschreven in de 3e/4e eeuw AD, maar bewaard gebleven in een 7e-eeuwse kopie) van maar liefst 227 woorden en uitdrukkingen, waarbij telkens eerst de juiste vorm wordt gegeven en vervolgens de onjuiste (zie Wikipedia voor wat meer informatie). Dat ziet er zo uit (zie hier voor de hele lijst):

tolonium non toloneum
speculum non speclum
masculus non masclus
vetulus non veclus
vitulus non viclus
vernaculus non vernaclus
articulus non articlus
baculus non vaclus

Er zijn drie hele interessante dingen aan deze lijst. Ten eerste is het, voor zover ik weet, verreweg de oudste taaladviespublicatie. Grappig genoeg is deze methode, waarbij alleen een foute vorm en het juiste alternatief worden gegeven, nog steeds behoorlijk courant. Ten tweede zijn in de Appendix allerlei wijdverspreide taalkundige fenomenen te zien. Veel woorden worden bijvoorbeeld samengetrokken: masculus wordt masclus en vernaculus wordt vernaclus. Maar het verreweg interessantste aan deze lijst is dat het met terugwerkende kracht een bepaalde voorspellende waarde had. Veel van de foute woorden werden de juiste woorden in de afstammelingen van het Latijn, zoals het Spaans en het Italiaans. In dit artikel belicht taalkundige Arika Okrent een aantal mooie voorbeelden.

Geen effect?

Waarom is dat interessant? Het laat goed zien dat de taalfout van vandaag de normale vorm van morgen is. Bovendien lijken beide voorbeelden te laten zien dat in ieder geval op de lange termijn deze taaladviezen niet geslaagd zijn. Precies daarover gaat mijn onderzoek: of prescriptivisme effect heeft. Het voorbeeld van de Appendix Probi is zeker niet zomaar vertaalbaar naar de huidige situatie voor het Nederlands, maar het is wel het enige écht langetermijn-voorbeeld dat er is. Als dat voorbeeld representatief is, dan zijn veel van de taalvormen die nu als fout worden gezien over een tijd de normale vormen.

Er zijn taalkundigen die precies deze mening zijn toegedaan: taaladvies heeft geen zin, zeker op de lange termijn niet. Ik ben daar nog niet van overtuigd, zeker niet omdat er best veel bewijs is dat er een effect kan zijn (zie bv Hinrichs et al 2015 en Anderwald 2013, ik zal later meer hierover schrijven). Mijn hypothese is dat er wél een effect kan zijn, onder bepaalde omstandigheden. Het kan een taalverandering bijvoorbeeld wel vertragen, zeker in bepaalde genres. Of dat in de praktijk ook zo is, dat ga ik de komende drie jaar uitzoeken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s