Vliegschaamte voor wetenschappers

Van de week plofte er een mailtje op mijn virtuele deurmat van mijn universiteit, getiteld ‘Duurzaamheid en vliegreizen’. In het mailtje, dat zich als doel stelde ‘de dialoog aangaan over de noodzaak van onze zakelijke vliegreizen en mogelijke alternatieven onderzoeken’, werd ik gevraagd een enquête in te vullen over het onderwerp ‘internationale zakelijke dienstreizen’. Stomtoevallig had ik vorige week over dit onderwerp nagedacht. Ik vind het dan ook goed dat de dialoog wordt aangegaan (lekker voorzichtig gesteld), maar ik vraag me sterk af of mensen er voor openstaan. De vliegreizen raken namelijk aan een fundamenteel aspect van het wetenschappelijk bedrijf: conferenties. Maar ook over het nut daarvan kun je nadenken.

Conferenties

De reden dat ik erover nadacht was dat ik een zogenaamde call for papers zag (een oproep om een voorstel voor een lezing in te sturen) voor een conferentie aan de Universiteit van Oregon. Die ligt in Eugene, een klein plaatsje in de staat Oregon (nomen est omen), aan de Amerikaanse westkust. Met andere woorden: een ongelooflijk eind weg van mijn woonplaats Utrecht. Het gaat om een jaarlijkse conferentie van drie dagen. Mocht ik worden uitgenodigd, dan commiteer ik me aan twee vliegreizen van ongeveer 13 uur.

In mijn privéleven is het besef dat vliegen niet goed is voor het milieu al langer doorgedrongen, maar dit was de eerste keer dat ik merkte dat ik er ook in zakelijke context over nadacht. Laat ik nu vooral zeggen dat het zeker niet de enige overweging is om wel of niet een voorstel in te sturen. Het gaat om een vrij specialistische conferentie, waarvan er erg weinig zijn voor mijn specifieke vakgebied. Dat betekent dat ik waardevolle feedback zou kunnen krijgen op mijn eigen werk, zou kunnen leren van andermens’ werk, en dat ik zou kunnen werken aan mijn netwerk. En dat allemaal in een vermoedelijk prettige omgeving en met gelijkgestemden.

Wat doe je nou echt op een conferentie?

Deze conferentie zou voor mij dus nuttig en leuk zijn. Toch kun je je afvragen of het zó nuttig is dat ik er meer dan 24 uur voor moet reizen. Want wat doe ik nou echt op zo’n conferentie, zeker in de fase waar ik nu inzit? Mits uitgenodigd geef ik een praatje van 20 minuten, en zie ik misschien 15 andere dergelijke praatjes, en een paar langere keynotes. Ik praat met wat mensen en leg wat contacten. Misschien leg ik zelfs de basis voor toekomstige samenwerkingen. Al met al best wel weinig. Toch is presenteren op conferenties eigenlijk een van de twee algemeen geaccepteerde vormen van wetenschappelijke output (met artikelen). Het is daarom min of meer onvermijdelijk eraan mee te doen.

Alternatieven

Ik denk dat het nuttig is om na te denken over het échte nut van conferenties. Stel nou dat je dat doet, zijn er dan alternatieven? Ik denk het wel, en volgens mij vallen die in drie categorieën.

1. Geen conferenties. Dit is de radicaalste oplossing, en daarmee ook de lastigste. Op dit moment zijn conferenties een essentiële vorm binnen het wetenschappelijke bedrijf, waar je (in het beste geval) ideeën kunt uitwisselen. Toch denk ik dat niet gaan best een optie kan zijn. Zeker uit medische hoek krijg ik weleens signalen dat het teamuitje belangrijker is dan de informatiedeling. Lekker allemaal een postertje, en dan hop de kroeg in. Zolang het echter ook een metric is dat je naar conferenties gaat (belangrijk voor je beoordeling als wetenschapper), zal hier waarschijnlijk weinig aan veranderen. Toch hoop ik dat mensen er in ieder geval over kunnen nadenken of ze wel of niet zullen gaan.

2. Met een ander vervoersmiddel gaan. Zoals ik las in een van mijn universiteitsblaadjes (een artikel uit januari, ik loop achter) heeft de Universiteit Gent een beleid dat als je ergens binnen acht uur met bus of trein kunt komen, je dat moet doen in plaats van vliegen. Akkoord: dat soort reizen met de trein ben ik helemaal voor, maar alleen als je kunt werken. Dat betekent een mate van rust en comfort, en dat betekent dat ik bus absoluut geen alternatief vind. Maar trein kan: ik ga bijvoorbeeld volgende maand met de trein naar Kiel (6,5 uur), en in september zelfs naar Turijn (11 uur). Dat lost alleen intercontinentaal reizen niet op. Maar daar is misschien een andere oplossing voor:

3. Een andere vorm kiezen. Sinds een tijdje bestaan er bijvoorbeeld Twitterconferenties: daar speelt de hele conferentie zich online af. Onderzoekers presenteren hun werk in een aantal tweets. Legio voordelen, bijvoorbeeld dat het kort moet en vooral dat alles open access is en inclusief (kijk hier maar eens). Helemaal vervangen kan deze vorm live conferenties echter niet, want het netwerkelement is toch minder makkelijk. Hoewel ik toch via Twitter soms eigenlijk ook best fijn netwerk met mensen die ik in levende lijve nog nooit heb ontmoet. Ik ben dus voorstander van een uitbreiding van deze vorm.

Reflectie

Ik ben op bijna geen enkel onderwerp een extremist. Wel geloof ik in kritische reflectie en vooral in matiging. In plaats van altijd maar naar conferenties gaan omdat het kan, kun je ook eens nadenken of het echt nodig is, en of het niet op een andere manier kan. Daarbij kan de impact op het milieu een rol spelen. Natuurlijk vallen dit soort maatregelen in het niet bij de uitstoot van grootverbruikers, maar toch: je kunt bijdragen aan een gedragsverandering, en je kunt proberen een goed mens te zijn. Wat betreft Oregon ben ik er nog niet uit…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s