Wat gebeurt er eigenlijk in de studie Neerlandistiek?

Er wordt dezer dagen flink wat gezegd over de neerlandistiek, de studie en het schoolvak Nederlands. Van het weekend las ik een vraaggesprek over deze materie in de NRC. Ik verbaasde me daarbij nogal over de uitspraken van Christiaan Weijts, die vindt dat de studie op de schop moet. Hij baseert deze mening op zijn eigen ervaringen in de jaren ’90 (meer dan 20 jaar geleden). Ook hij maakt bovendien de fout (dat gebeurt ergerniswekkend vaak) de studie Nederlands gelijk te stellen aan het bestuderen van literatuur. Zijn opvattingen (althans in het stuk) lijken overeen te komen met een breder sentiment: de studie Nederlands is literatuur en de studie Nederlands is achterhaald. Beide stellingen zijn onzin, maar ja, zoals bij zoveel onderwerpen doet vrijwel niemand de minste moeite om te kijken hoe het echt zit. Nu wil het geval  dat ik momenteel een vak aan de tweedejaars Nederlands van de Radboud Universiteit geef dat precies daarover gaat: kijken wat er gebeurt.

Doorgaan met het lezen van “Wat gebeurt er eigenlijk in de studie Neerlandistiek?”

De waardevolste les van mijn academische opleiding

In het voorjaar van 2013 ging ik een semester in Sydney studeren. Het kostte me een erfenis, maar administratief was het allemaal vrij makkelijk te regelen. Vol voorpret had ik de studiegids van USyd doorgekeken (sowieso een van mijn meer obscuurdere hobbies, en dat zegt wel wat) en vier vakken gekozen. Welke precies weet ik niet eens meer, maar in ieder geval een vak over Australische film. Ik zag enorm uit naar die vakken, maar eenmaal aangekomen bleek dat ik me had gebaseerd op een verouderde studiegids: ik moest opnieuw kiezen. Die keuze leverde me moeilijkheden op, maar uiteindelijk leerde ik de meest waardevolle les van mijn hele academische opleiding. Doorgaan met het lezen van “De waardevolste les van mijn academische opleiding”

Is ‘hele goede’ een taalfout?

De huidige campagne van het CDA zal nog enige tijd herinnerd worden. Niet vanwege de inhoud, wel vanwege de leus ‘Een Hele Goede Morgen’. Eerst was er al een tweet van filosoof en schrijver Ger Groot, die zich héél flauw (en onterecht) afvroeg of je “iemand ook een halve morgen [kan] wensen”. Nu werd ik gewezen op een ingezonden brief in NRC, waarin briefschrijver Ad Bouwen (Oosterhout) van deze leus zei dat ze een “massaal gemaakte taalfout” bevat. Voor iedereen die zich niet óf dood ergert aan deze vermeende fout óf aan het gezeur daarover biedt deze casus best een interessant onderzoeksobject: is ‘hele goede’ een taalfout? Doorgaan met het lezen van “Is ‘hele goede’ een taalfout?”

Waarom iedere promovendus bestuurslid moet worden bij Promovendi Netwerk Nederland

De afgelopen anderhalf jaar was ik bestuurslid (en later vice-voorzitter) bij Promovendi Netwerk Nederland (PNN), de landelijke belangenorganisatie voor promovendi. Ik heb die tijd als ontzettend leuk en leerzaam ervaren. Per maart houd ik ermee op, omdat ik mijn maximale termijn bijna heb uitgezeten, en omdat ik voor wat langere periode in het buitenland zal zitten. PNN is dus op zoek naar een opvolger (ook nog naar andere bestuursleden), en ik kan dat iedere promovendus aanraden. Waarom? Nou, hierom.

Doorgaan met het lezen van “Waarom iedere promovendus bestuurslid moet worden bij Promovendi Netwerk Nederland”

Wat ik leerde op het Symposium voor Wetenschapsblogger

Gisteren vond op de NIAS-zolder het Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Ik had het genoegen dat te organiseren, samen met mede-bloggers Marc van Oostendorp, Jona Lendering en Hermen Visser. Organiseren betekende (natuurlijk) ook het samenstellen van het programma. Je zou dus denken dat ik wist wat er zou gaan gebeuren, en op papier was dat ook zo. Toch bevatte het symposium méér nog dan ik had gedacht.

Pluriform

Zoals Marc al schreef in zijn reactie (die natuurlijk vanmorgen om 6.08 verscheen, er zijn bloggers en snelbloggers) was het sowieso al geweldig om met zo’n groot aantal gelijkgestemden bijeen te komen. Sowieso was de animo groot: ik heb veel aanmelders moeten teleurstellen. Vanwege een aantal afmeldingen konden sommige wachtlijsters toch nog komen, dat scheelde dan weer. Helaas heb je natuurlijk ook altijd aanmelders die ondanks het expliciete verzoek om afmelding gewoon niet komen opdagen. Ik vind dat altijd stom, maar dat was eigenlijk het dieptepunt van de bijeenkomst, en dat zegt best veel.

Wat de aanwezigen gemeen hadden was hun passie voor bloggen. Er is weleens kritiek op dat woord, passie, maar ik meende die hier toch te merken. Bloggen levert namelijk wel persoonlijk veel op (zoals ik al eerder schreef), maar vanuit je werkgever wordt het eigenlijk nooit ondersteund. Je moet het zelf willen, en de mensen die bij het symposium waren wilden dat ook echt. Ze hebben een aanstekelijke passie voor de vorm.

Ook vanuit NWO kan geen steun worden verwacht, ondanks het geld dat er volgens de Wetenschapsbrief zou moeten komen. Ynte Dijkstra, hoofd communicatie van NWO, was zo welwillend ons te woord te staan, maar wilde eerst ‘een doortimmerd plan zien waarvan de impact gemeten kan worden’. Die doortimmerde plannen zijn er natuurlijk al, in de vorm van bijvoorbeeld Over de Muur en Stuk Rood Vlees. Ook hun impact is prima te meten (als je dat zou willen). Sowieso klinkt het als de klassieke Geldschieter Paradox: aan de ene kant zeggen ‘maak eerst maar iets dat levensvatbaar is, dan komt er geld’, waarna vaak volgt ‘er is toch al iets, waar heb je dat geld voor nodig’.

Eyeopener

Alle lezingen waren interessant, maar er waren vooral drie punten die mij persoonlijk het meest aan het denken zetten. Allereerst was er de bomvolle lezing van Jona Lendering, waar de inzichten over elkaar heen buitelden. Voor mij liet dit goed zien hoe belangrijk het is om dingen te zeggen over bloggen als je zelf veel ervaring hebt (Roy Meyer stipte dat ook aan in zijn lezing). Belangrijkste inzicht uit de lezing van Jona was dat als je reageert op nieuws je eigenlijk al te laat bent. Door bepaalde mythen al te ontkrachten voordat ze nieuws worden verhoog je de kans dat mensen ook daadwerkelijk geloven wat jij schrijft. Een van de manieren om dit te doen is door te schrijven over methode: je hoopt daarmee mensen in staat te stellen onzinnige claims eerder te herkennen.

De lezing van Suze Zijlstra sloot hierbij aan. Belangrijk punt bij haar was dat veel mensen reageren vanuit het principe van ‘maar zo heb ik het geleerd’. Probleem is echter dat dat niet altijd waar of volledig hoeft te zijn, of dat die kennis zelfs achterhaald is. Maar waarom worden dan nog steeds dezelfde mythen ontkracht als dertig jaar geleden? Volgens mij ligt de oplossing in het onderwijs. Wat fact checkers en myth busters doen is altijd reageren na de maaltijd: iemand denkt iets te weten, dat ontkracht moet worden. Maar dat is om allerlei redenen moeilijk. Zou het niet makkelijker zijn als mensen dat achterhaalde, foute of selectieve standpunt überhaupt niet leerden? Goed, volledig en up-to-date onderwijs is daarbij volgens mij de sleutel.

Het laatste inzicht kwam voor mij uit het praatje van Sander Ruys van Maven Publishing. Hij vertelde hoe je van blog naar publieksboek kon komen. Een van de punten die hij maakte over zijn eigen vak was dat hij altijd vroeg: is dit een boek? Die vraag kun je ook over blogs stellen. Hoewel een blog volgens mij een van de beste vormen van wetenschapscommunicatie is, moet je afvragen of het onderwerp, type verhaal en je persoonlijkheid wel passen bij de vorm. Misschien past het wel beter bij een podcast, of een vlog. Dit is de Powerpoint Paradox: dat je een bepaalde vorm kent betekent niet dat die vorm voor jouw verhaal het geschiktst is.

Toekomst

Een veelgehoorde vraag was: wanneer doen jullie dit weer? Sowieso volgend jaar wat mij betreft: hartstikke leuk om elkaar toch af toe te zien. Op basis van de animo en de enorme hoeveelheid onderwerpen die we niet hebben behandeld zouden we ook volgende week vast weer bij elkaar kunnen komen. Ik ga het in ieder geval niet organiseren (ik moet weer aan het werk), maar ik sta zeker open voor andere initiatieven. Voor nu ben ik in ieder geval blij dat het gelukt is. Ik ga rustig door met bloggen, bijvoorbeeld over de enorme lijst onderwerpen die ik gisteren bedacht. Ik hoop iedereen online of offline snel weer te spreken.

Een publiekssamenvatting voor het publiek

Ik heb een sterke mening over wetenschapscommunicatie. In mijn huishouden ben ik daarmee niet eens de enige: ook mijn kersverse vrouw heeft hier sterke ideeën over. Ter voorbeeld van hoe sterk we hier over voelen: een van onze Beroemdste Ruzies ging over de Nationale Wetenschapsagenda (waar we allebei in de huidige vorm weinig aan vinden). Anne-Floor promoveerde afgelopen november aan de VU namelijk op een proefschrift over patiëntenparticipatie. Nu is ze over het algemeen nogal slim, maar ze deed rond haar promotie één extra slim iets: ze gaf haar publiekssamenvatting los uit als publieksboekje. Ik vond dat een schitterend voorbeeld van goede wetenschapscommunicatie.

Doorgaan met het lezen van “Een publiekssamenvatting voor het publiek”

Taaladvies over als/dan wordt steeds strenger

Ik schreef een tijd terug al eens over de onderdrukking van variatie, wat gezien wordt als een van de theoretische fundamenten onder prescriptivisme. Ik schreef in dat stuk de volgende zin:

Taaladvies over als/dan lijkt dus strenger te worden

Heel veel meer vertelde ik niet over mijn onderzoek naar als en dan in 20e-eeuws taaladvies. Inmiddels is er echter een paper van mijn hand verschenen in Linguistics in the Netherlands 2018 (eds. Bert Le Bruyn en Janine Berns). Om jullie mee te laten genieten van state of the art-onderzoek hier een kort overzicht van een deel van dit onderzoek. De conclusie blijft staan: taaladvies over als en dan lijkt in gedrukte bronnen strenger te worden.

Doorgaan met het lezen van “Taaladvies over als/dan wordt steeds strenger”

Ik ben gek op de wetenschap, en daarom demonstreer ik vandaag

Vorig jaar evalueerde ik mijn eerste jaar als promovendus. Ik zat precies op mijn plek, zo concludeerde ik. En what’s not to like? Ik heb inspirerende studenten, ik vind onderwijs leuk, ik vind mijn onderzoek nog veel leuker. Ik ontmoet gelijkgestemden, met wie ik samenwerk aan heerlijke projecten. Er zijn mensen die gepassioneerd werken aan het steeds beter begrijpen van Hoe De Dingen Werken.

Doorgaan met het lezen van “Ik ben gek op de wetenschap, en daarom demonstreer ik vandaag”

Wat ik bewonder aan Chomsky

Noam Chomsky, waarschijnlijk de beroemdste taalkundige ter wereld, wordt vandaag 90. Aan verschillende taalkundigen is blijkbaar gevraagd om te vertellen waarom ze hem bewonderen. Ik was hier niet voor gevraagd, maar toch ben ik bereid om me hierover uit te spreken. Wat je verder inhoudelijk ook van zijn ideeën vindt, Chomsky is op meerdere manieren een ontzettend inspirerend mens en wetenschapper.

Doorgaan met het lezen van “Wat ik bewonder aan Chomsky”

Help jezelf met mazzel hebben

Op Twitter werd mijn aandacht gevestigd op dit stuk van Ben Tiggelaar. Hij beschrijft hierin een nieuw artikel, waarin onderzoekers laten zien dat succes in je carrière voor een heel groot deel van toeval afhangt. Belangrijk is ook, zegt Tiggelaar, om te erkennen dat je geluk hebt gehad, en dat je succes niet alleen van talent en hard werken afhangt. Ik zal de eerste zijn om dit toe te geven. Ik heb niet alleen op bepaalde momenten in mijn leven een prettig duwtje in de rug gehad, ik was ook een aantal keer precies op de juiste tijd op de juiste plaats. Maar Tiggelaar laat één essentieel punt onbesproken: je kunt mazzel niet afdwingen, maar je kunt wel de mogelijkheid van mazzel vergroten.

Doorgaan met het lezen van “Help jezelf met mazzel hebben”